Familiekenmerken van de dorpen: het polder-DNA

Karakteristiek aan de tien dorpen van de Noordoostpolder is dat de dorpskernen in dezelfde periode zijn ontworpen. Uitgebreid sociografisch en planologisch onderzoek leidde ertoe dat de dorpen volgens een ideaal schema werden ontwikkeld, waarbij de onderlinge afstand en een zekere mate van zelfvoorzienendheid per dorp leidende uitgangspunten waren. Er ontstond een herkenbare familie van polderdorpen.

Alle dorpen liggen aan of op de dorpenring, de rondweg door de polder. In de oorspronkelijke plannen voor de dorpen gaat men uit van een brink, drie kerken, drie scholen, een dorpsbos en een winkel- of voorzieningencentrum. Niet elk dorp groeit even spoedig als gepland.

De samenhang tussen de dorpen is groot, al hebben alle dorpen wel een eigen karakteristiek. De ligging in de polder, de manier waarop het dorp aan de dorpenring ligt, en de verschillende architecten die aan de dorpen hebben gewerkt, dragen hieraan bij.

Elf kenmerken van de polderdorpen

1. Ligging aan de dorpenring

De ontsluiting van de polder en de dorpen is een structurerend element, de dorpen zijn onderling verbonden door een rondweg door de polder; de ‘dorpenring’. De dorpenring gaat door of langs de dorpskern. Dit resulteert in kruiswegdorpen en langswegdorpen. Rutten ligt niet direct aan de dorpenring, maar aan een noordelijke lus ervan.

2. Ligging aan het water

Elk dorp ligt aan een poldervaart. Goederen werden vervoerd over het water. Overslag van de goederen vond plaats op de loswal. Nu is de ligging aan de vaart karakteristiek. Meerdere dorpen hebben een waterfront. Voorbeelden zijn Ens en Tollebeek.

 

3. Bedrijven aan de rand en aan het water

In alle dorpsplannen ligt een bedrijventerrein aan de rand van het dorp in verbinding met het water (aan een loswal). De reden hiervoor was dat goederen over water werden vervoerd.

4. Vizier op het landschap

De dorpen moesten in de oorspronkelijk plannen uitzicht hebben op het open polderlandschap. Meerdere dorpen in de Noordoostpolder hebben vanaf de brink of vanuit de openbare ruimte zicht op het omringende landschap.

Dit maakt elk dorp een polderdorp, maar ook elk dorp uniek.

5. Elk dorp een groene mantel

Alle polderdorpen hebben een brede bosstrook rond het dorp. We noemen deze ‘de groene mantel’. Deze kenmerkende bosstrook, dient als windscherm (in de zuidwest hoek van veel dorpen is de mantel extra breed, vanwege de overheersende windrichting uit deze hoek) en biedt ruimte aan wandelpaden, begraafplaatsen, sportvelden en andere recreatieve functies voor het dorp. Het typeert de polderdorpen.

6. De groene polderstraat

In de oorspronkelijke ontwerpen hebben bijna alle dorpen groene straatprofielen en lanen in het dorp. We noemen deze ‘de groene polderstraten’. Kenmerkend zijn de ruime symmetrische straatprofielen met groene bermen. Het geeft de dorpen een parkachtig karakter. De groene straten en groene mantels samen maken de polderdorpen tot groene oases in de open polder.

 

dia 15 ligging aan het water kraggenburg dia 15 vizier op het landschap nagele dia 16-1
Ligging aan het water (Kraggenburg) Vizier op het landschap (Nagele) Groene polderstraat (Luttelgeest)

 

7. De brink: een groen dorpsplein met voorzieningen

Het hart van de dorpen wordt gevormd door een groen dorpsplein. Hier bevinden zich de voorzieningen, zoals winkels en kleine bedrijfjes, en de kerken. Bij de aanleg van de dorpen werd zoveel mogelijk begonnen met de aanleg van het dorpscentrum. De benodigde voorzieningen waren hierdoor vanaf het begin aanwezig. Bovendien vertoonde het dorp op deze manier vanaf het begin een duidelijke samenhang.

8. Drie kerken rond de brink

De kerken bevinden zich meestal op of op de hoekpunten van de brink. Veel dorpen hebben een groene zijbrink, die in verbinding staat met de brink, ook hier staat soms een kerk. Uitgangspunt was dat geen van de drie kerken het dorpsbeeld domineerde. Alle kerken moesten even belangrijk zijn. In de praktijk is dit niet altijd het geval. Sommige kerken zijn door hun architectuur of ligging prominenter dan andere.

9. Drie scholen in de buurt

De scholen staan verspreid in de buurten van het dorp, zodat kinderen op veilige en korte afstand van de school woonden.

10. Delfts Rood

Met uitzondering van Nagele bestaan alle dorpen voornamelijk uit Delfts rode architectuur: veelal zo goedkoop mogelijk gebouwde woonblokken met de bekende rode baksteen en oranjerode pannen. Sober uitgevoerd, soms met bijzondere details. In alle dorpen bepalen deze Delfts rode woonblokken het beeld van de dorpskern, in veel dorpen ook het dorpsaanzicht.

 

dia 16 school in de buurt tollebeek dia 17 Delfts rood Bant
School in de buurt (Tollebeek) Delfts Rood (Bant)

 

11. Elk dorp ontworpen onder supervisie van de Directie van de Wieringermeer

Er waren meerdere ontwerpers betrokken bij de polderdorpen. De eerste plannen werden door de Bouwkundige afdeling van de directie van de Wieringermeer zelf ontworpen. Eerst met de architect Verhagen, later in samenwerking met de stedenbouwkundige Pouderoyen en weer later met architect Th. G. Verlaan. Een aantal dorpen werd ontworpen door externe architecten. Het ontwerpproces vond dan plaats onder supervisie van de stedenbouwkundige adviseurs van de Dienst, Granpré Molière en Verhagen, later namen Van Embden en Komter deze taak over.