Delftse School, eerste ontwerp voor zes polderdorpen

Tussen begin jaren dertig en begin jaren vijftig werd de volkshuisvesting in de IJsselmeerpolders in de Delftse traditionalistische stijl uitgevoerd. De voorman van deze stedenbouwkundige en architectonische stroming was Granpré Molière. Waar hij in de Wieringermeer zelf de dorpen ontwierp bekleedde hij in de Noordoostpolder de functie van adviseur op de achtergrond. Zijn bureau Granpré Molière, Verhagen en Kok kreeg in 1939 opdracht schetsen te maken voor zes polderdorpen en het poldercentrum Emmeloord in de Noordoostpolder. Hiermee werd de basis gelegd voor het uiteindelijke ontwerp van de tien polderdorpen. De invloed van de Delftse School is in heel Nederland terug te herkennen. De polders waren echter een groot laboratorium voor ruimtelijk ontwerp, stedenbouw en gemeenschapsplanning. Hier werden nieuwe dorpen als totaalontwerp getekend en gebouwd.

polder totaal
Schets uit 1939: een centrum met daaromheen 6 dorpen

 

De uitwerking van de polderdorpen vond plaats onder auspiciën van de Bouwkundige afdeling van de Directie Wieringermeer en meerdere externe architecten. Het ontwerp voor het tiende dorp Nagele, uit 1954, markeert de overgang naar een nieuwe tijd. In Nagele zijn de typische kenmerken van Het Nieuwe Bouwen te herkennen.
    

Delfts Rood

De ‘Delftse-Schooldorpen’ in de Noordoostpolder bestaan veelal uit rijtjes woonblokken met de bekende rode baksteen en oranjerode pannen. Sober uitgevoerd, soms met bijzondere details. In alle dorpen bepalen deze ‘Delfts rode’ woonblokken het beeld van de dorpskern, in veel dorpen ook het dorpsaanzicht.

Van Delfts Rood naar modernistisch wit

Wat de dorpen extra bijzonder maakt is de overgang naar een nieuwe stroming in de architectuur en stedenbouw. In de jaren vijftig raakte ‘Het Nieuwe Bouwen’ in zwang. De architectuur wordt aangeduid als modernistisch wit, als tegenhanger van het Delfts Rood. Het dorp Nagele is het unieke dorp waar de ideeën van deze functionalistische ontwerpstroming ver zijn doorgevoerd. In de andere dorpen zijn soms al kleine ingrepen en veranderingen te zien ten opzichte van de opvattingen van de Delftse School. Het gaat dan om de eerste vormen van op de zon georiënteerde ‘strokenbouw’, een meer horizontale, minder traditionele en minder formele architectuur. Veel gebouwen zijn te herkennen als ‘overgangstypes’, waarbij gevels bijvoorbeeld al worden voorzien van horizontale ramen en ramen of dakkapellen die door de dakgoot steken.

dia 27-1 dia 9-2 dia 18-2 dia-9-3-dia-18-3
Delftse School (Emmeloord) ‘ Overgangstype’ (Tollebeek) Het Nieuwe Bouwen (Nagele)