De Opgave

Er is een groot contrast in de Noordoostpolder tussen het open, uitgestrekte polderlandschap en de door stevige groensingels omsloten dorpen. Sommige kernen zijn van afstand alleen herkenbaar aan de groensingel. De belevingswereld binnen en buiten is totaal verschillend. Bij de dorpsentree ontmoeten deze werelden elkaar.

Van oorsprong zijn de dorpen ontworpen met monumentale entrees. In Kraggenburg wordt de entree bijvoorbeeld gemarkeerd door een toegangsbruggetje, in Nagele doorsnijd je bij binnenkomst de groene mantel en in Ens kom je direct binnen op de brink, met zicht op de kerk.

Het contrast tussen openheid en beslotenheid is door nieuwe ontwikkelingen aan het vervagen. Bij de groei van dorpen en bedrijventerreinen is het niet altijd mogelijk om binnen de bestaande groene mantel uit te breiden. Daardoor is het dorpssilhouet sterk veranderd en ook de toegang tot het dorp is ruimtelijk minder sterk dan voorheen. Entrees van dorpen worden in veel gevallen met een naambord en een rotonde in de weg gemarkeerd waardoor de overgangen van het open landschap naar de kernen minder scherp is. Deze ontwikkelingen roepen de volgende vraag op:

Hoe kunnen de dorpsentrees zodanig worden versterkt dat de overgang tussen het open polderlandschap en het dorp voelbaar wordt?

dia 87-1 dia 87-2 dia 87-3
Marknesse Kraggenburg Ens