De Opgave

Veel polderdorpen hebben diepe tuinen en achterpaden. Deze zijn kenmerkend, omdat in de oorspronkelijke plannen heel bewust extra diepe tuinen zijn aangelegd. Ze zijn bedoeld als moestuin of aardappelveld. Het geeft de dorpen een groen karakter.

In de loop der jaren is er minder tijd voor de tuin en ook minder behoefte aan moestuinen of aardappelveldjes. De diepe achtertuinen zijn relatief groot als tuin of gazon en worden niet altijd volledig onderhouden. Ook worden ze gebruikt voor andere doeleinden, zoals het bouwen van een garage, parkeerruimte of een grote schuur of bijkeuken.

De achterpaden, ooit ontworpen als groene achterpaden, worden minder groen door het gebruik van schuttingen en hekken. Daarom rijst in veel dorpen de vraag:

Hoe kan in de polderdorpen op een passende wijze worden omgegaan met de diepe tuinen en de achterpaden, op zo’n manier dat de kwaliteit behouden blijft en het gebruik optimaal is?

dia 78-1 opgaven-pag221
Creil Oude foto van een diepe achtertuin