Oplossingsrichtingen

Randvoorwaarden

De brinken zijn afgeleid van de dorpsbrinken in de Wieringermeer, ontworpen door Granpré Molière. Omdat in de Noordoostpolder elke brink anders is, terwijl de woonbebouwing veel gelijkenis vertoont, bepaalt de brink met de daaromheen liggende voorzieningen in grote mate de identiteit van een polderdorp. Een groter dorp, kreeg een grotere brink, hetgeen bijvoorbeeld de bescheiden brinken van Bant en Luttelgeest verklaart.

De gesloten bebouwingswanden en autonome gebouwen rond de brink bepalen sterk de kwaliteit van de brinkruimtes. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de pleinvormende wanden, de bebouwingshoogtes, hoekpanden en markante bebouwing beeldbepalend. Daarnaast is bijna altijd het polderlandschap te zien vanaf de brink.

Plaatsing van bebouwing rond de brink is meestal in de rooilijn en bepaalt zo de stedelijke ruimte. Hoeken zijn meestal gesloten en krijgen een bijzondere aandacht en rijke vormbehandeling en detaillering. Bijzondere gebouwen en functies hebben meestal een prominente plaatsing op de brink.

Oplossingsrichting 1: Vrijhouden van de brink
De kwaliteit van de brinken ligt in de langsrichting. Door de brink vrij te houden in deze langsrichting wordt de ruimte optimaal beleefd en kan ook het landschap worden ervaren aan het eind van de brink.
Dit sluit aan bij de oorspronkelijke opzet van de brink: een open veld met grote momumentale bomen. Bij een vrije, ruime brink komen de open brinkruimte, de bomen en een mooi bescheiden geplaatst kunstwerk (naast de as) komen dan beter tot hun recht.
Het vrijmaken en vrijhouden van de Brink heeft de voorkeur. Bij bijzondere objecten als kunst of bushokjes is ondergeschikte of nevengeschikte plaatsing wenselijk.

Oplossingsrichting 2: Meer plein, minder verkeersruimte
Verkeer op de brink zou in veel gevallen een minder prominente plek kunnen verkrijgen.
Dit kan door letterlijk het verkeer om te leiden, door aan één in plaats van twee zijden te ontsluiten, door het parkeren anders op te lossen en vooral door de inrichting meer te richten op de voetganger en het groen.

Oplossingsrichting 3: De brink, een groener dorpsplein
De meeste dorpen in de Noordoostpolder hebben een groene brink als dorpsplein. De brinken zijn op hun mooist als de bomen hun volwassen grootte hebben bereikt. Grote bomen van de eerste orde passen goed bij de ruime polderpleinen, waar enige beschutting tegen de wind welkom is. Des te groener de centrale ruimte, des te parkachtiger het beeld.In bijna alle dorpen kan de brink groener worden gemaakt, door parkeren en stenige pleininrichting te vervangen door gras en bomen.

Oplossingsrichting 4: De brink, een meer omsloten pleinruimte
In sommige dorpen wordt de brink als winderig en te groot ervaren. Dit kan worden verbeterd door het plein meer te omsluiten of de wanden steviger en soms zelfs hoger te maken. Het is dan van belang de gebouwen niet te laag uit te voeren en vooral niet zonder kap.

Oplossingsrichting 5: Verkeer van de brink naar de nieuwe polderweg
Nu in meerdere dorpen het agrarisch en vrachtverkeer op de brink te veel overlast geeft, is het tijd voor een maatregel die past bij de polder. In plaats van een rondweg zou er een nieuwe polderweg kunnen komen.

dia 31-1 dia 31-2
Ens Kraggenburg