Inleiding vervolg

RTEmagicC dia 3-2.JPG RTEmagicC dia 3-1 01.jpg
Een centrale ruimte met winkels en voorzieningen (Tollebeek)

 

Eenheid in vormgeving en materiaalgebruik (Espel)

De nederzettingen in de Noordoostpolder

De Noordoostpolder heeft twaalf nederzettingen. Een van deze nederzettingen is het voormalige eiland Schokland.

De overige elf nederzettingen in de Noordoostpolder zijn na de Tweede Wereldoorlog na de drooglegging van de polder gebouwd. Deze nederzettingen bestaan uit de centraal gelegen stad Emmeloord en de tien dorpen daaromheen.

De dorpen in de Noordoostpolder hebben een aantal principes gemeen (familiekenmerken), die te beschouwen zijn als het ‘polder-DNA: Een centrale dorpsbrink waaromheen de winkels en andere voorzieningen liggen, kerken en scholen op markante plaatsen, mee-ontworpen groenstructuren, een stratenpatroon dat bewust niet recht en hoekig is en eenheid in de gebouwen door vormgeving en materiaalgebruik. Dit alles conform de ideeën van prof. ir. M.J. Granpré Molière, de aanvoerder van de stedenbouwkundige ontwerpstroming ‘Delftse School’. Een van de dorpen vormt de uitzondering. Dit is Nagele. Hier is gepoogd een aantal doelstellingen van een andere ontwerpstroming te realiseren; ‘Het Nieuwe Bouwen’.


Herstructureringsopgave in de kernen

De wijken en straten van voor 1962, die zijn gerealiseerd volgens de ideeën van de Delftse School en Het Nieuwe Bouwen, vormen de dorpskernen van de tien polderdorpen. De woningbouw in deze wijken voldoet echter in veel gevallen niet meer aan de kwaliteitsvraag van deze tijd. De woningen zijn klein, slecht geïsoleerd en sluiten niet meer aan op de woonwensen van nu. Het aanbod sluit niet aan op de vraag. Starters en gezinnen trekken naar de nieuwe buitenwijken, waardoor de kernen in verval dreigen te raken.

dia 4-1 01-nieuwbouw-de-velde
Voorbeeld van sloop en nieuwbouw in Bant (bron: De Velde architecten)

 

Toekomstbestendige dorpen

Gemeente en corporatie geven aan dat sloop en nieuwbouw als maatregel alleen niet meer aansluit bij hun wensen. Het bewustzijn dat de jaren ‘50 en ‘60 wijken een zeker erfgoed vertegenwoordigen is toegenomen.
Er is behoefte te verkennen welke nieuwe kwaliteit je kunt ontwikkelen met de stedenbouwkundige structuren en de architectuur van de sterke stedenbouw van Granpré Molière en zijn tijdgenoten en welk hergebruik passend is. De ‘familiekenmerken’ van de polderdorpen zijn een inspiratie voor de toekomstige opgaven. 
Dit onderzoek geeft bouwstenen voor de komende herstructurering en geeft de kansen voor het herontwikkelen en het hergebruik van de Delftse-Schoolstedenbouw om daarmee de kernen nieuw leven in te blazen.

Bouwstenen voor de herstructurering

De Noordoostpolder is geplaatst op de voorlopige lijst van Werelderfgoed. De indruk bij veel mensen is dat er daardoor veel aandacht voor het conserveren is in plaats van ontwikkelen (‘de kaasstolp’). Daarom is gekozen voor een doelgerichte aanpak. De opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden worden in deze publicatie concreet zichtbaar gemaakt. Het hoofdstuk ‘de polder’ biedt informatie over de ontstaansgeschiedenis van de polderdorpen, de kenmerken van de Delftse School en Het Nieuwe Bouwen en de overkoepelende eigenschappen van alle polderdorpen. Hoofdstuk 2, ‘de dorpen’, laat de kenmerken per dorp zien: de historie, het dorps-DNA (wat maakt het dorp het dorp?) en de identiteit. 
Het laatste hoofdstuk belicht, gericht op de toekomst, de herstructureringsopgaven en verschillende oplossingsrichtingen. Deze oplossingsrichtingen zijn uitgewerkt en als voorbeeld is een aantal dorpen gebruikt waar de opgave urgent is. Ook zijn hier de opgaven per dorp in beeld gebracht. Er is onderscheid gemaakt tussen urgente opgaven en opgaven die op de langere termijn aangepakt kunnen worden.

<< terug