Identiteit stedenbouw

groene stad stadspoorten
Groene polderstad
Door het vele groen langs de hoofdontsluiting van de stad (stadskruis) en het groen van de groene mantel langs de randen, is Emmeloord een groene lommerrijke stad.
Stadspoorten
Daar waar de vier hoofdentrees (het stadskruis) van de stad de drie vaarten en het Emmelerbos passeren, liggen ‘stadspoorten’. Er zijn drie ‘blauwe’ stadspoorten (blauwe cirkels), waar de brug over de vaart de overgang markeert van ‘oud’ naar ‘nieuw’. Dit was in het oorspronkelijke plan de overgang van landschap naar stad. Er is één groene stadspoort (groene ovaal). Dit is de entree vanuit het noorden door het stadsbos. Ter plaatse van de stadspoorten is er extra aandacht voor het groen, de openbare ruimte en bebouwing. Vaak staan hier markante gebouwen en is er zicht op de poldertoren of een van de drie hoofdkerken.
knik in de weg
Gebouwen met een bijzondere functie in het groen
Gebouwen met een bijzondere functie in het groen bepalen de karakteristiek van de oorspronkelijke entrees van Emmeloord.
Aan het begin en langs de entrees, vaak op markante kruisingen en bij overgangen in de stad, zijn gebouwen geplaatst met een maatschappelijke functie (onderwijs, ouderenzorg, ziekenhuis). Deze plekken zijn gemarkeerd met rode cirkels op de kaart. De gebouwen staan in het groen en zijn vrijstaand en alzijdig georiënteerd.
Knik in de weg
De oostelijke en westelijke entrees dienen zich aan door knikken in de weg (knikken in gele lijn, aangeduid met gele pijlen). De oostelijke en westelijke entree kennen beide twee knikken. Bij binnenkomst van de stad markeert de eerste knik de overgang van landschap naar stad. De tweede knik markeert de overgang van nieuwe stadsschil (roze) naar oude stadskern (donkerrood). Het naderen van de stadskern wordt benadrukt doordat na de knik de poldertoren zichtbaar is. De noordelijke en zuidelijke entree hebben beide een knik bij het naderen van de stadskern en de Deel (gele lijnen en pijlen). De groene lijn (Randweg en Amsterdamse weg) vormt een ‘echo’ van de oostelijke en westelijke entree, met twee knikken, die de overgang van landschap naar stad markeren.