5. Kruisen van wegen en water. (‘blauwe’ stadspoorten)

De wijze waarop de hoofdwegen de stad inleiden is belangrijk voor de oriëntatie.
Er zijn drie ‘blauwe stadspoorten’ en een ‘groene stadspoort’, die de overgang van het landelijk gebied naar de stad markeren op de plaats waar de wegen het water en het bos kruisen. Hier leiden de hoofdwegen over de vaarten en door het bos de stad in, via pleinachtige groene ontworpen ruimten.
Bij de passages van de vaarten ontstaat er een overgangsmoment rond de brug. Dit was in het begin de overgang van landschap naar stad.
Nu de overgang van de nieuwe stadsschil naar het oorspronkelijke plangebied. Daar waar de vier takken van het stadskruis bijeen komen en het water raken, ligt het brandpunt van de stad: De Deel. Ter plaatse van de stadspoorten is de ruimtevorm gericht op focuspunten in de stad. De openbare ruimte wordt begrensd of geflankeerd door hogere en publieke gebouwen.

kruisen van wegen en water
Kruisen van wegen en water (ondergrond: goedgekeurde plan 1947-48, bron: NLE)
blauwe stadspoort west stadspoort zuid 13 brandpunt van de Noordoostpolder met links de stadsbrink (De Deel) 9021366
Stadspoort west: Kruisen van de Espelervaart en de Urkerweg (bron: NLE) Stadspoort zuid: De Nagelerbrug over de Urkervaart (bron: NLE) Het centrale kruispunt van weg en water:
de singelgracht en de Nagelerstraat (bron: NLE)

 

Voor de stadspoorten zijn door beide ontwerpers van de stad (Verhagen in 1939 en 1940 en Pouderoyen van 1940-1948) stedenbouwkundige principes geschetst die zijn verwerkt in de aanleg. Ter verheldering een aantal schetsvoorbeelden uit de periode 1942, 1943 en 1944.
In 1944 werd tevens een doorkijkje getekend voor Emmeloord na 35 jaar (zie volgende pagina). De uitsnedes van de stadspoorten laten zien dat de stad nog niet was volgroeid tot aan de vaarten, maar dat de stadspoorten in aanleg gereed waren. Om een beeld te geven van de stadspoorten toen en nu een overzicht:

geb40 geb41 geb42
Stadspoort zuid, schetsplan II, 1942
Vanuit het landschap gaat de passant de stad binnen over de brug en bereikt het stadsportaal, hier een open pleinruimte. Er staat een bijzonder gebouw bij de brug ter afronding van de stadspoort (rode rechthoek bij de brug) (bron: NLE)
Stadspoort west, schetsplan III, 1943
Vanuit het landschap gaat de passant over de brug de stad binnen. Na het brugmoment omvat het ontwerp een stadsportaal, waar de bebouwing op afstand staat van de weg en waar ook plaats is gemaakt voor extra water. Er staat hier een bijzonder gebouw bij de brug (rode rechthoek bij de brug) (bron: NLE)
Stadspoort oost, schetsplan VI, 1944
Vanuit het landschap, ziet de bezoeker aan de noordzijde de groene mantel, aan de zuidzijde het open polderlandschap. Na de brug volgt het stadsportaal. Die is aan de noordzijde ingericht als groene ruimte met bijzondere gebouwen (rood) op afstand van de weg. Rond de brug is een ruim zicht over de vaart mogelijk (bron: NLE)

 

geb43 geb44 geb45 geb46
Stadspoort zuid, schetsplan II, 1942
(bron: NLE)
Stadspoort west, schetsplan III, 1943
(bron: NLE)
Stadspoort noord
(groene stadpoort),
schetsplan II, 1942
(bron: NLE)
Stadspoort oost, schetsplan VI, 1944
(bron: NLE)
geb47 geb48 geb49 geb50
Doorkijkje stadspoort zuid na 35 jaar, uit 1944 (bron: NLE) Doorkijkje stadspoort west na 35 jaar  uit 1944 (bron: NLE) Doorkijkje stadspoort noord (groene stadpoort) na 35 jaar, uit 1944 (bron: NLE) Doorkijke stadspoort oost na 35 jaar, uit 1944 (bron: NLE)
geb51 geb52 geb53 geb54
DNA Stadspoort zuid nu DNA Stadspoort west nu DNA Stadspoort noord (groene stadspoort) nu DNA Stadspoort oost nu

 

De rode draad is dat de blauwe stadspoorten een drieledige opbouw kennen, bestaande uit een ‘groen voorportaal’ (voorheen het open polderlandschap), ‘het brugmoment’ en een ‘stadsportaal’. De groene stadspoort heeft een tweeledige opbouw, bestaande uit een ‘groen voorportaal’ en ‘stadsportaal’, want hier is geen brug.

1. Groen voorportaal:
De passant komt de stad binnen via het stadskruis. Bij het naderen van de ‘oude stad’ verruimt het profiel van de straat (stadskruis) ter hoogte van de stadspoorten tot een herkenbare open groene ruimte, die refereert aan het voormalige polderlandschap (stadspoort oost), of is uitgewerkt als bos (stadspoort noord), brink (stadspoort zuid) of groen cluster met bijzondere gebouwen (stadspoort west). De breedte van het profiel maakt duidelijk dat je hier oorspronkelijk vanuit het landschap de stadskern betrad. Hiervandaan is vaak de poldertoren of één van de drie hoofdkerken al zichtbaar.

2. Brugmoment:
Dan volgt het passeren van de brug. Het ‘brugmoment’. Hier is ruim zicht over een lange vaart en soms naar het polderlandschap. De ‘oude stad’ presenteert zich met zijn brede groene openbare oevers en karakteristieke bebouwing (Delfts Rood of Modernistisch) in een groen decor. Ook is hier de poldertoren of een kerk zichtbaar.
3. Stadsportaal:
Na de brug komt men binnen in de oude stad via een open pleinachtige (stadspoorten noord en zuid) of groene open ruimte (stadspoorten oost en west), het stadsportaal. Hier is ook sprake van een ruime entree (minder ruim dan het groen voorportaal), met veel groen, water (stadspoort west en oost) en soms bijzondere bebouwing in het groen.

 

NLSrand - schema drieledige opbouw
Schema met de drieledige opbouw van de blauwe stadspoorten. De groene stadspoort kent een tweeledige opbouw, zonder brugmoment

 

<<  4. Stad aan het stadkruis en het polderkruis

 

>>  6. Onderscheid tussen wonen, werken en voorzieningen