8. Stad aan het water

De hoofdvaarten zijn herkenbaar in de polder door hun maat en schaal en door de hoge bruggen die een vaarverbinding mogelijk maken.
In de stad hebben de oevers meer betekenis als verblijfsruimte dan in de polder en in de polderdorpen. Ze zijn op meerdere plaatsen langs de Lemstervaart, de Espelervaart en de Zwolse Vaart ingericht als brede, luwe en parkachtige oevers en nodigen uit om een wandeling te maken, of te gaan vissen of bijvoorbeeld picknicken.
Er is een singelgracht met groene singels. De stadsbrink heeft een plaats aan de singelgracht en koppelt door haar ligging het winkelgebied aan het water.
Langs de vaarten zien we loswallen, groene oevers en paden langs de oevers. Er zijn ook aanlegplaatsen voor de recreatievaart.
De stad presenteert zich langs de singelgracht en de vaarten. De oevers zijn openbaar, de bebouwing is met voorkanten naar het water gekeerd. Parallel aan de singelgracht staat veel beeldbepalende bebouwing.

27 stad aan het water
De vaarten en de singelgracht (bron onderlegger: NLE)

 

28 schippersbeurs 80-111
Schippersbeurs, 1956 (bron: NLE) Espelervaart, 1948 (bron: NLE)
30 centrale magazijnen aan de Zwolsevaart 9006374 1949 www.flevolandbovenwater.nl 34985 1949
Pont Zwolsevaart met op de achtergrond de Centrale Magazijnen, 1949 (bron: NLE) Pont Zwolsevaart, 1949 (bron: NLE)

 

 

 

<<  7. De groene polderstad