Historie – ontwerpgedachten

Wat is karakteristiek aan de woongebieden 1960 – 1985?
De wijken Espelervaart, De Zuidert en Revelsant zijn wijken met een uiterst grillige, maar ook zeer karakteristieke stedenbouwkundige vorm waarin laagbouw domineert. Deze ruimtelijke structuur betekende een radicale breuk met de mathematische opzet van de Wederopbouwwijken uit het oorspronkelijke plan voor Emmeloord. Door het gelijkwaardig maken van langzaam verkeer en auto’s binnen de buurt, ook wel het woonerf genoemd, creëerde men in delen van de wijken een aangenaam woonklimaat met mogelijkheden voor ontmoeting en buitenspelende kinderen, analoog aan de vooroorlogse woonstraat. Buiten de woonerven was de scheiding tussen autoverkeer, fietsers en voetgangers uitgangspunt. Bedoeld om de bewoners zo min mogelijk hinder te laten ondervinden van de auto’s. Dit is in de drie wijken op meerdere plaatsen terug te herkennen.

maquette espelervaart IV V structuurschema De Zuidert pr v verkav Revels II begin '70
 Maquette Espelervaart IV en V
(bron: Gemeente Noordoostpolder)
 Structuurschema De Zuidert
(bron: Gemeente Noordoostpolder)
 Verkavelingsschets Revelsant
(bron: Gemeente Noordoostpolder)

Minder rechte en lange lijnen, meer afwisseling in de structuur en aankleding van de openbare ruimte. Belangrijk waren ook: flexibiliteit van de woningplattegrond (want mensen en gezinnen ontwikkelen zich), avontuurlijk spelen, een haventje en water in de woonomgeving. De doorgaande bochtige infrastructuur, randgroen, bescheiden groene oevers langs de vaarten, clusters van voorzieningen in het groen en het woonerf zijn de constanten, die deze wijken kenmerken. De woonkwaliteit is hoog, de relatie met het polderlandschap en met de identiteit van de polderstad Emmeloord is beperkt.

Wat maakt deze woongebieden herkenbaar voor de Polderstad?
Weinig maakt deze woongebieden herkenbaar voor de polderstad. Uitgangspunten uit die tijd betroffen niet het aansluiten op de landschappelijke of stedelijke context en identiteit. Wel waren de menselijke maat en de speelse en grillige openbare ruimte belangrijk. Het draaide meer om verscheidenheid en variatie.
De stedenbouwkundige structuur herinnert op slechts enkele plekken aan de polderverkaveling en het oorspronkelijke plan. Het zijn de vroegste rechtlijnige woonbuurten, het randgroen, de bescheiden openbare groene oevers, de clusters van voorzieningen in het groen, de spaarzame vizieren op de polder, en enkele bescheiden lijnen (bijvoorbeeld sloten) die de verbinding leggen met de polderverkaveling.

 

Typische kenmerken van deze woonwijken:

  1. Tot de jaren zeventig een orthogonale structuur, die in veel opzichten aansluit op de polderverkaveling en het oorspronkelijke plan (o.a. lange lijnen, groene polderlanen, wijkbrinken, vizier op het landschap, veel oranjerode pannen en rode baksteen).
  2. Vanaf de jaren zeventig een relatief onoverzichtelijk wegen- en verkavelingspatroon, dat afwijkt van het oorspronkelijke plan en de polderverkaveling (o.a. met grillige stratenpatronen, woonerven, geschakelde woningen, veel zwarte pannen en gedekte kleuren).
  3. Een beschutte ligging ten opzichte van de winderige polder, door een groene mantel rond de wijken.
  4. Aan de randen van de wijk is er veel openbaar groen, de wijken zijn intern relatief minder groen.
  5. De locatie van de wijken is gunstig: goede ligging ten opzichte van het centrum en het hoofdwegennet.
  6. De diversiteit van de woningen is matig: veel eengezinswoningen, in verhouding tot de stadskern veel koopwoningen.
  7. Clusters van gebouwen met bijzondere functie in het groen nabij hoofdwegen en aan de randen.

 

ScreenHunter 374 Jun. 28 16.52 ScreenHunter 375 Jun. 28 16.52

 

Ontwikkeling van rechtlijnige naar grillige stedenbouw
Tot 1972 hadden de uitbreidingen van Emmeloord (stadsvernieuwing) nog een rechte en strakke verkaveling. Hiermee sloot de planvorming aan op de patronen van het oorspronkelijke plan en op de polderverkaveling. Na 1972 wordt een nieuw structuurplan ontwikkeld en is er een duidelijke overgang naar andere stedenbouwkundige wijktypes: ‘de woonerfwijken’, met de typische grillige stratenpatronen en eclectische (mengeling van stijlen en vormen) architectuur.