Inleiding

Noordoostpolderstad Emmeloord
Gemeente Noordoostpolder en woningcorporatie Mercatus hebben het initiatief genomen om onderzoek te doen naar de (historische) waarden van Emmeloord. We noemen deze waarden, die zich toespitsen op het landschap, de stedenbouw en de architectuur, het “DNA van Emmeloord”.

Het oorspronkelijk ontwerp voor de Noordoostpolder-stad Emmeloord en haar “DNA” zijn het resultaat van gedegen studie en weloverwogen planologisch handelen tussen 1940 en 1960. Kenmerkend voor de Noordoostpolder, en later nooit meer in die mate uitgevoerd in Nederland, is de centrale regie. Dit resulteerde in een sterk samenhangend en evenwichtig beeld. De polder viel droog in 1942. De stad werd na 1945 gebouwd en de oorspronkelijke kern is nog steeds goed herkenbaar. Dit is het stadsdeel dat werd gebouwd conform het vastgestelde ontwerp uit 1947-1948, nu het stadsgebied tussen de Espeler-, Urker- en Lemstervaart. Het omvat tevens het eerste deel van het over de Urkervaart gelegen bedrijven-terrein Zuidervaart (Industrieweg) en het Emmelerbos. In 1962 werd Noordoostpolder een officiële gemeente. In 1992 kreeg Emmeloord stadsrechten toegekend.

Emmeloord ligt als grootste plaats centraal (verzorgingsfunctie) in de Noordoostpolder. De Noordoostpolder-stad is op vele manieren verbonden met het landschap en de tien ontworpen polderdorpen. De ontworpen dorpen en de ontworpen stad in de Noordoostpolder hebben een aantal “kenmerkende” principes gemeen (familiekenmerken), die te beschouwen zijn als het “Noordoostpolder-DNA”: een centrale stads- of dorpsbrink waaromheen de winkels en andere voorzieningen liggen; kerken en scholen op markante plaatsen; mee-ontworpen groenstructuren; lange straten met bijzondere hoeken en eenheid in de architectuur door vormgeving en materiaalgebruik. Zowel de stad als de dorpen zijn op knooppunten van hoofdwegen en hoofdwatergangen ontwikkeld. De stad onderscheidt zich van de dorpen door haar centrale ligging, de zichtbaarheid van de Poldertoren vanuit de gehele polder en haar functie als voorzieningencentrum van de polder. Deze en nog meer eigenschappen, die in dit document aan de orde komen, maken Emmeloord tot de polderstad van de Noordoostpolder. Een polderstad, die op geen enkele andere plaats gebouwd had kunnen worden.

 

markt op De Deel bij de poldertoren
Markt op de Deel bij de poldertoren

De waarde van Wederopbouwgebieden

De architectuur en stedenbouw uit de periode 1940-1965 vertegenwoordigen een belangrijke ontwikkeling in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Op basis van een door de Rijksdienst uitgevoerd onderzoek (2001-2007) naar de wederopbouwperiode 1940-1965 is een groslijst opgesteld van ruim 250 gebieden, die allemaal genoemd worden in vakliteratuur uit en over de periode van naoorlogse woningbouw, stedenbouw en landschapsontwerp. De Noordoostpolder maakt hier deel van uit. Hierbij is er onderscheid gemaakt naar drie typen gebieden:

  1. wederopgebouwde kernen (herstel oorlogsschade)
  2. naoorlogse woonwijken
  3. landelijk gebied

De wederopbouw is één van de vijf prioriteiten uit de Visie Erfgoed en Ruimte, de beleidsvisie van de rijksoverheid op cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. Dit is in de beleidsvisie als volgt verwoord:
‘De tijd is nu gekomen om vast te stellen welke gebieden uit de Tweede Wereldoorlog en daaropvolgende Wederopbouwperiode (1940-1965), van dermate cultuurhistorisch belang zijn dat we er op bijzonder zorgvuldige wijze mee om willen gaan. Doelstelling van het rijk is dat de periode 1940-1965 in de toekomstige inrichting van Nederland herkenbaar aanwezig blijft op gebiedsniveau.’ De Noordoostpolder is in de Visie Erfgoed en Ruimte als geheel benoemd.

Dit onderzoek naar het stads-DNA van Emmeloord levert een bijdrage aan de bewust-wording van en zorg voor de ontworpen en aanwezige wederopbouwwaarden in de polderstad Emmeloord. Het resultaat dient als onderlegger voor beleid, visies en plannen en maakt het mogelijk het cultureel erfgoed van de stad hierin te verankeren. Het kan tevens dienen als basis voor ontwikkelings- en gebiedsgerichte erfgoedzorg. Ze sluit daarmee aan op de hoofddoelstelling van de Visie Erfgoed en Ruimte (rijksniveau) en is toegespitst op jonge erfgoedwaarden op gebiedsniveau. Dit onderzoek biedt duidelijkheid en tevens inspiratie. Het doel is om de stad te blijven ontwikkelen en nieuwe kwaliteiten toe te voegen, met respect voor de bestaande waarden.

 

Emmeloord Delfts Rood Meidoornstraat Rutten Delfts Rood opgeknapte woningen
Delfts Rood Emmeloord, Meidoornstraat Delfts Rood Rutten, Plantsoenweg

Delftsche School, Delfts Rood en Delfts wit
De seriematige volkswoningbouw van Emmeloord en van de tien polderdorpen is vrijwel uitsluitend gerealiseerd in een sobere stijl, die is afgeleid van het traditionalisme van de Delftse School. Prof. ir. M.J. Granpré Molière was aanvoerder van deze  traditionele stedenbouwkundige en architectonische ontwerpstroming. Door de woningnood moesten er na de oorlog zoveel mogelijk huizen worden gebouwd in korte tijd met beperkte middelen. In dit onderzoek gebruiken we voor deze ingetogen woningbouw de term “Delfts Rood”. De woningen werden voornamelijk in rode baksteen en rood-oranje pannen uitgevoerd. In Emmeloord, maar ook in bijna alle dorpen, heeft “Het Nieuwe Bouwen” op bescheiden wijze invloed gehad.
Opgaven in de Noordoostpolderstad
De stadskern bestaat uit de stadsdelen die voor 1962 zijn gerealiseerd volgens het oorspronkelijke plan. De woningbouw en gebouwde voorzieningen in de stadskern voldoen in veel gevallen niet meer aan de hedendaagse en/of toekomstige vraag. Er is behoefte aan inspiratie en oplossingsrichtingen voor hergebruik van de bestaande kwaliteiten. Daarnaast is er behoefte om nieuwe kwaliteiten toe te voegen. Dit met respect voor het specifieke karakter en de sterke stedenbouwkundige structuren en architectuur van Granpré Molière en zijn tijdgenoten.

Daarnaast wordt gekeken naar de stadsuitbreiding van na 1960. Ook hier liggen opgaven, zoals de behoefte aan meer variatie in de woningvoorraad door de veranderende
demografie, het versterken van de recreatie en het op passende wijze vernieuwen en transformeren van bedrijventerreinen.
Bouwstenen voor hergebruik DNA Emmeloord
Bij het opstellen van dit document is gekozen voor een ontwikkelingsgerichte aanpak met respect voor de aanwezige belevings- en gebruikswaarden en met oog voor de toekomstige ontwikkelingen (toekomstwaarde). Het sluit aan bij het voorafgaande onderzoek naar de polderdorpen. Beide onderzoeken zijn te vinden op www.dnanoordoostpolder.nl.
Dit document geeft bouwstenen voor de komende herstructurering en geeft de kansen aan voor het hergebruiken van het DNA van de polderstad als bouwsteen voor de
toekomst. De resultaten van dit onderzoek zijn van betekenis voor alle partijen, die
plannen maken voor ontwikkelingen in en om de polderstad, omdat het:

  • Antwoord geeft op de centrale vraag: Hoe behouden wij de waardevolle elementen van Emmeloord en hoe blijven we tegelijkertijd voldoen aan de huidige en toekomstige wensen en eisen?
  • De (historische) waarden van Emmeloord, het stads-DNA, op het gebied van landschap, stedenbouw en architectuur inzichtelijk maakt.
  • Handvatten en oplossingsrichtingen geeft voor toekomstige prioriteiten/opgaven.
  • Kansen biedt om met respect voor de bestaande kwaliteiten de stad te blijven ontwikkelen en nieuwe kwaliteiten toe te voegen. Daarmee wil ze de kwaliteiten van de woon- en leefomgeving verbeteren.
  • Alle bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen betrokken partijen meer bewust maakt van de aanwezige waarden en kansen. Het tevens stimuleert hier zorgvuldig en respectvol mee om te gaan.
Emmeloord Wijkbrink Marknesse de dorpsbrink
Wijkbrink Emmeloord Dorpsbrink Marknesse

Doel
Met dit onderzoek zijn gemeente Noordoostpolder en Mercatus de ontwikkelingen die (gevraagd en ongevraagd) op hen afkomen voor. Dit document biedt handvatten.
Gemeente Noordoostpolder en Mercatus kunnen tijdig adequaat reageren met visie, opdat Emmeloord Emmeloord blijft. Dit document is een integraal totaalproduct, waaraan deskundigen van gemeente Noordoostpolder, Mercatus, het RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en wijkvertegenwoordigers hebben meegewerkt.