Woordenlijkst stad

Amsterdamse School
Assenkruis
Beeldbepalende bebouwing
Begeleidende bebouwing
Brugbrink
Buurtbrink
Classicisme
Delfts lichtrood, roze of wit
Delfts Rood
Delftse School
Dorpenring
Formele architectuur
Functionalisme, Modernisme of Het Nieuwe Bouwen
Groene mantel
Hollandse renaissance
Informele architectuur
Moderne beweging
Modernisme
( Neo ) Hollandse renaissance
Het Nieuwe Bouwen
Orthogonaal
Romaanse Architectuur
Stadsbrink
Stadskruis
Stadsveld
Strokenbouw
Structuurbepalende bebouwing
Wijkbrink
Zadeldak

 

Amsterdamse School
De Amsterdamse School is een stijl in de bouwkunst in de periode van de Moderne Bouwkunst, waartoe ook onder meer De Stijl, het Nieuwe Bouwen, en het Expressionisme gerekend worden. Ze is een reactie als reactie op de zogenaamde neostijlen uit de 19de eeuw. De Amsterdamse School gaat uit van expressieve en fantastische vormen en is sterk verwant aan het Expressionisme. Ze is in zekere zin ook een reactie op het rationele werk van H.P. Berlage en dan in het bijzonder op de Beurs van Berlage, die dus uitdrukkelijk niet tot de Amsterdamse School behoort. Kenmerkend voor de Amsterdamse School is het gebruik van veel baksteen en het toepassen van versieringen in de gevels, in baksteen of gebeeldhouwd natuursteen. De vaak plastische gevels zijn meestal gevuld met laddervensters en worden bekroond met steile daken en soms met torentjes versierd. Het plastische karakter en de soms zelfs symbolisch aangebrachte draagconstructie veroorzaakten soms problemen bij het aanbrengen van de werkelijke draagconstructie.

Woordenlijst 1 Amsterdamse School

Voorbeeld Amsterdamse School architectuur. Foto: Jvhertum

Assenkruis
Door de polder lopen in de eerste verkavelingsplannen vier hoofdwegen in kruisvorm naar buiten vanaf Emmeloord. Deze vier wegen noemen we de spaken of het assenkruis.

Beeldbepalende bebouwing
Beeldbepalende gebouwen zijn de gebouwen die een plek een eigen karakter geven. Vaak hebben ze een maatschappelijke betekenis. Ze herbergen vaak bijzondere functies; het gemeentehuis, een museum of kerk. Meestal zijn het architectonisch opvallende gebouwen, in enkele gevallen zelfs van hoge kwaliteit, maar dit is niet noodzakelijk. Soms is de locatie bepalend; een horecagelegenheid bij de entree van een straat is beeldbepalend, een vergelijkbare onderneming in een achterafstraat niet. In het algemeen gaat het om gebouwen die benoembaar zijn; zo kun je zonder straatnaam en huisnummer te weten, afspreken bij bijvoorbeeld de katholieke kerk of aan de noordkant van de stadsgracht.

Woordenlijst 2 julianastraat

Voorbeeld beeldbepalende bebouwing Koningin Julianalaan.

Begeleidende bebouwing
Begeleidende bebouwing is bebouwing die een beweging begeleidt op een belangrijke plek in de stad. Het gaat dan met name om de bebouwing, die langs de toegangswegen staat. Plaatsing, frontvorming, korrelmaat en schakeling zijn van belang, maar minder absoluut.

Woordenlijst 3 Lange Dreef

Voorbeeld begeleidende bebouwing Lange Dreef.

Brugbrink
Pleinachtige (groene) ruimte rond een brug, waaromheen maatschappelijke en/of winkelvoorzieningen en woningen zijn gegroepeerd.

W brugbrink

Voorbeeld van een brugbrink langs de singelgracht.
Buurtbrink
Pleinachtige (groene) openbare ruimte in een buurt, omsloten door minimaal drie bebouwingswanden, met een functie als ontmoetingsplaats, waaraan een maatschappelijke of winkelvoorziening kan zijn gelegen.

H3 buurtbrink
Voorbeeld van een buurtbrink.

Classicisme
Architectuur die vaak sterk symmetrisch is en die teruggrijpt op de klassieke oudheid. Rust, evenwicht en symmetrie zijn belangrijke uitgangspunten.

Woordenlijst 4 Classicisme

Voorbeeld van Classicisme: Villa Rotonda, gebouwd door Andrea Palladio bij Vicenza.
Delfts Rood
De sobere naoorlogse architectuur in de stijl van de Delftse School wordt Delfts Rood genoemd, dit vanwege de rode bakstenen en de oranjerode pannen, maar ook vanwege de eenvoud, die de wederopbouwperiode kenmerkt. Voor zowel woningen als openbare gebouwen geldt dat ze meestal zijn uitgevoerd in rode of roodbruine baksteen en zijn voorzien van zadeldaken afgedekt met oranjerode pannen, bij openbare gebouwen soms donkergrijze pannen of leisteen. Met name bij woningbouw wordt het Hollands idioom gebruikt; een helder witte grafiek van goten en kozijnen en ambachtelijke maar sobere details. Bij openbare gebouwen wordt daarnaast gebruik gemaakt van meer luxe materialen als koper en natuursteen, het laatste vaak mede om de constructie te verduidelijken.

Woordenlijst 5 Delfts Rood

Voorbeeld van Delfts Rood.
Delftse School
De Delftse School is een architectuurstroming waarvan de Delftse hoogleraar ir. Marinus Jan Granpré Molière de grondlegger was. Van ongeveer 1925 tot 1955 was deze, op de traditionele Hollandse architectuur gebaseerde stijl, op zijn hoogtepunt. Ook het hoogleraarschap van Granpré Molière bestreek deze periode. Het behoud van de Nederlandse bouwtraditie was niet het enige doel van de Delftse School. Direct hiermee verbonden was een visie op de maatschappij. De hiërarchie in de samenleving kwam nadrukkelijk tot uiting in de gebouwen. Er was een groot verschil tussen de architectuur van woonhuizen en publieke gebouwen zoals kerken en gemeentehuizen. Woningen waren vaak informeel, sober en eenvoudig, gebaseerd op eenvoudige plattelandshuizen. Openbare gebouwen daarentegen waren juist formeel, monumentaal en refereerden aan het classicisme, romaanse stijl of de Hollandse renaissance. De Delftse School 1930 – 1960 was zowel een reactie op de Amsterdamse School, die als te decoratief werd gezien, als op het Functionalisme 1920 – 1930, waar de vorm een direct gevolg was van functie en constructie. Men zocht juist naar universele waarden (vaste opvattingen over hoe een huis, een hof of dorp er uitzag) en schoonheid door het gebruik van de ‘juiste’ verhoudingen, harmonie en licht. Ook dienden zeker de niet-openbare gebouwen bescheiden te zijn en hun functie te tonen door de gekozen vorm, terwijl openbare gebouwen een zekere monumentaliteit kregen door bepaalde verhoudingen en materiaalgebruik. De Delftse School en het Modernisme hebben lange tijd als stromingen naast elkaar bestaan.

Woordenlijst 2 julianastraat W Delftse Schoool espel
Emmeloord, Koningin Julianastraat
(bron: polderdorpen.nl).
Espel, Bredehof (bron: polderdorpen.nl).

 

 

Delfts lichtrood, roze en wit
In de jaren vijftig raakte Het Nieuwe Bouwen of Modernisme in zwang. De uitgangspunten van de Delftse School werden in deze ontwerpstroming aan de kant gezet en nieuwe ideeën over wonen en stedenbouw wonnen terrein. Het ontwerp voor Nagele, uit 1954 markeert de overgang naar een nieuwe tijd. Het dorp Nagele is het unieke dorp waar de ideeën van ‘Het Nieuwe Bouwen’ ver zijn doorgevoerd. In de andere dorpen en in de stad zijn soms al kleine ingrepen en veranderingen te zien ten opzichte van de Delftse School. Het gaat dan om de eerste vormen van op de zon georiënteerde ‘strokenbouw’, een meer horizontale en minder formele architectuur. De kleur rood wordt minder prominent (in Nagele maakt de kleur definitief plaats voor wit). De gebouwen die zijn te herkennen als ‘overgangstypes’ van rood naar wit, hebben bijvoorbeeld gevels die zijn voorzien van horizontale ramen en ramen die door de dakgoot steken. Om de ‘tussenstijlen’ in dorpen te duiden, is gekozen voor een kleurschakering van dieprood naar wit, met daartussen ‘Delfts lichtrood’ en ‘Delfts roze’.

W Delfts lichtrood

Voorbeeld van een overgangstype in Tollebeek (bron: polderdorpen.nl).

Dorpenring
Alle dorpen liggen aan de dorpenring, de rondweg door de polder.

W schema dorpenring 121210
Schema dorpenring.

Formele architectuur
Enkele kenmerken van ‘formele architectuur’ zijn:

  • Formele architectuur drukt door de plaatsing en massa hiërarchie en machtsverhouding uit; het gebouw is hierdoor vaak beeldbepalend voor het dorp of de stad.
  • De plaatsing van het bouwwerk is bepalend voor de stedenbouwkundige ruimte.
  • Formele architectuur is bij oplevering geheel af en volmaakt in vorm.
  • De vorm dwingt het gebruik.
  • De massa-opbouw is vaak symmetrisch.
  • De materialisering en detaillering is vaak rijk en overvloedig.
  • Tradities worden meest historisch geïnterpreteerd.
  • Gebouwen kunnen zwaar en serieus zijn.
  • Veel symbolische betekenis, meestal religieus.

Woordenlijst 6 Formele Architectuur

Voorbeeld formele architectuur: kerk Ens.
Functionalisme, Modernisme of Het Nieuwe Bouwen
Het Functionalisme vindt zijn oorsprong in de negentiende eeuw, met als pioniers de theoreticus Viollet-le-Duc en onder anderen de Amerikaanse architect Sullivan. Zij spreken het eerst over de vorm die door de functie wordt bepaald. Sullivan’s leerling Frank Lloyd Wright verkorte deze zienswijze tot het gevleugelde ‘ Form follows function’. In het begin van de twintigste eeuw werd deze opvatting overgenomen door de architecten van de Moderne Beweging en in Nederland door de architecten van het Nieuwe Bouwen. Een gebouw werd alleen bepaald door de functie en techniek, decoraties waren uit den boze. Ook was het Nieuwe Bouwen een uiting van de moderniteit; nieuwe bouwtechnieken en materialen maakten het mogelijk nieuwe vormen te realiseren. Ontwerpen werden afgestemd op fabrieksmatige productiemethodes en rationele maatsystemen. Werden in het verleden de verschillende functies van een gevel van één enkel materiaal voorzien (bijvoorbeeld baksteen), nu werden deze functies gescheiden. Betonnen of stalen draagconstructies werden ingevuld met bandramen, gevel vullende elementen en grote puien. Traditionele pannendaken werden niet meer toegepast; daken waren vanaf nu plat.

Woordenlijst 7 Rotterdam van nelle fabriek

Van Nelle fabriek, Rotterdam. Foto: F. Eveleens.

Groene mantel
De groene mantel is de multifunctionele brede groenzoom, die de stad omsluit. De groene mantel omvat paden, sportvelden, een begraafplaats, volkstuinen etc. Ook de tien polderdorpen kennen een groene mantel.

Groene mantel DSC0236

Voorbeeld groene mantel: Volkstuincomplex – Emmeloord Zuid.

Hollandse renaissance
Zie: (Neo) Hollandse renaissance

Informele architectuur
Enkele kenmerken van ‘informele architectuur’ zijn:

  • Informele architectuur drukt door de plaatsing of massa geen hiërarchie of machtsverhouding uit.
  • De plaatsing van het bouwwerk is ondergeschikt aan en volgt de stedenbouwkundige ruimte.
  • Informele architectuur is niet af en volmaakt.
  • De uiterlijke vorm volgt het gebruik.
  • De massaopbouw is vaak asymmetrisch.
  • De materialisering en detaillering is meestal sober en doelmatig.
  • Tradities worden enkel hedendaags geïnterpreteerd.
  • Gebouwen kunnen elegant en lichtvoetig zijn.
  • Indien er symbolische betekenissen in het gebouw zijn gelegd, zijn deze vaak modern en soms humanistisch.

Moderne beweging
Zie: Functionalisme

Modernisme
Zie: Functionalisme

(Neo) Hollandse renaissance
Neostijlen zijn bouwstijlen waarin wordt teruggegrepen op de oude architectuur van de gotiek, de renaissance en de barok. Het tijdperk van de neostijlen breekt na ca. 1815 aan. Naar believen worden elementen uit de oude architectuur toegepast. Veel voorkomende en lang toegepaste bouwstijl die in veel varianten voorkomt. De stijl grijpt terug op motieven van de renaissancebouwkunst en dan voornamelijk de Hollandse variant. Daartoe behoren onder andere de trapgevels, speklagen, de kenmerkende horizontale lijnen die de gevel in ‘vlakken’ verdelen, blokken en kruiskozijnen. Ook invloeden uit de Franse bouwstijl van de Frans I van Frankrijk Loirekastelen met rijke, natuurstenen gevels en indrukwekkende dakpartijen, of Italiaanse voorbeelden als zuilen en rondbogen.

Woordenlijst 9 neo hollandse

Neo Hollandse renaissance, Vollenhove.

Het Nieuwe Bouwen
Zie: Functionalisme

Orthogonaal
Twee objecten zijn orthogonaal (van het Griekse orthos [recht] en gonia [hoek]), als zij ten opzichte van elkaar een rechte hoek vormen, of anders gezegd loodrecht op elkaar staan.
Romaanse Architectuur
Romaanse architectuur is de benaming voor een stijlperiode in de architectuur in Europa die duurde van ca. 1050 tot ca. 1200. Ondanks de benaming is het romaans als bouwstijl slechts indirect gebaseerd op de bouwstijl van de Romeinen. Feitelijk komt hij voort uit de Karolingische stijl, waarin principes uit de Romeinse architectuur werden herontdekt. In de romaanse stijl werden deze verder ontwikkeld. De romaanse stijl wordt gekarakteriseerd door kleine rondboogvensters en decoraties met eveneens ronde bogen.
De muren zijn doorgaans dik en versierd met lisenen, friezen en spaarvelden waarin eveneens ronde vormen domineren. De muren droegen het grootste deel van het gewicht van het gebouw op zich, waardoor grotere ramen niet mogelijk waren. Daarom was het in romaanse kerken altijd vrij donker.

Woordenlijst 10 romaans

Voorbeeld Romaanse architectuur: kerk Kraggenburg.

Stadsbrink
Pleinachtige (groene) centrale stadsruimte, aan het stadskruis, waaromheen de maatschappelijke en winkelvoorzieningen zijn gegroepeerd.

Stadsbrink DSC0010

Stadsbrink, De Deel.
Stadskruis
Vanuit Emmeloord lopen vier hoofdwegen in kruisvorm naar buiten richting de dorpenring. Deze vier wegen noemen we het stadskruis. Het zijn: de Banterweg die doorloopt in de Boslaan, de Marknesserweg die doorloopt in de Lange Dreef, de Nagelerweg die doorloopt in de Nagelerstraat, de Urkerweg die doorloopt in de Korte Dreef. Aan deze wegen liggen belangrijke openbare ruimtes, gebouwen en stadsfuncties. Het middelpunt van deze kruising is het middelpunt van de Noordoostpolder.

stadskruis
Het stadskruis in de Noordoostpolder.

Stadsveld
Groene open stadssruimtes, waaromheen woonfuncties liggen. Stadsvelden zijn vaak groene open (gebruiks)ruimtes, waar ruimte is voor een stadsweiland, sport-, spel en bijvoorbeeld evenementen. Stadsvelden zijn soms ontworpen, soms zijn ze toevallig ontstaan.

Strokenbouw
Strokenbouw is een stedenbouwkundig verkavelingsprincipe, waarbij de bebouwing in parallelle rijen wordt geordend. Een voordeel van strokenbouw is dat alle woningen dezelfde oriëntatie hebben, waardoor theoretisch voor een hele wijk slechts één woningtype ontworpen hoefde te worden. Bij gebruik van passieve zonne-energie betekent dit dat alle woningen even optimaal ten opzichte van de zon kunnen worden gerealiseerd.

W strokenbouw

Voorbeeld strokenbouw Nagele (bron: polderdorpen.nl).

Structuurbepalende bebouwing
Structuurbepalende bebouwing is de bebouwing die de openbare ruimte vormgeeft. Een plein wordt bepaald door zijn wanden. Goothoogte, massaopbouw en materiaal zijn bepalend voor de identiteit. De korrelmaat (zijn het vrijstaande woningen of rijen van geschakelde woningen?) en de mate van transparantie tussen de bebouwing is van belang. Het is dus niet zo dat deze bebouwing op zichzelf bepalend of onvervangbaar is, maar de karakteristiek is dat wel.

Woordenlijst 11 espel

Voorbeeld structuur bepalende bebouwing: Espel.

Wijkbrink
Pleinachtige (groene) openbare ruimte, omsloten door minimaal drie bebouwingswanden, vaak gelegen langs een hoofdontsluitingsroute, met een functie als ontmoetingsplaats voor de wijk, waaromheen maatschappelijke en winkelvoorzieningen kunnen zijn gegroepeerd.

Zadeldak
Een zadeldak is een dak met twee tegen elkaar geplaatste hellende dakschilden. Dit type dak is, vanwege zijn eenvoud, het meest voorkomende type dak in Nederland, met name in de traditionele bouw.